| |
Kolumbus, een reis naar de horizon van stille idealen (2008)
De Gelderlander vrijdag 11 april 2008
Door Agnes van Brussel
Sprookjesachtig theater met heel veel vernuft
ARNHEM - Het was even wachten op de première, omdat niet alle rekwisieten klaar waren, maar het was het wachten waard.
Al van verre lokt de Cultuurherberg je naar binnen met feestverlichting en sprookjesachtige figuren op de entreetrap. In groepjes van vijf mag je het theater in om in alle rust via kijkgaten in kleine wonderlijke wereldjes te kijken, alvorens de theaterarena binnen te gaan.
In het midden van de theatervloer hangt een immense glazen kist met daarin…..? Het moet een mens zijn, dat zie je aan de slanke voeten, en de zachte pasteltinten doen een jurk vermoeden.
Het ronde hoofd komt overeen met de kwetsbare man, die naar de glazen kist tast: twee aliens in een vreemde wrede wereld. Maar heel even is er contact, dan rijst de kist omhoog – een droom gaat voorbij, de harde realiteit dient zich aan.
De wereld is een circus, waarin het draait om hebzucht en commercie. Een Siamese tweeling wordt uitgebuit om het circuspubliek te onderhouden. De zussen, die alleen maar zijwaarts bewegen omdat hun ruggen met elkaar zijn vergroeid zijn de enige personages met tekst. Achter de coulissen klinkt hun drama, nooit te kunnen ontsnappen uit dit circus. Voor het publiek tonen zij een kunstmatige glimlach en presenteren ze een wonderlijke loterij.
Prachtig zijn de vernuftige attributen, die steeds weer een nieuw wedstrijdelement bevatten. Een genot voor het oog, maar echt lachen is het niet.
Daarvoor is het sprookje te dramatisch en meeslepend, en klinkt de muziek te onheilspellend. De tweeling die verlost wil worden en de twee aliens die elkaar niet kunnen bereiken. Prachtig is de dans van langpootvogel en wonderlijk zijn de dansende brandweermannen. Met een enorm kanon wil de antiheld zich lanceren naar zijn geliefde in de hoge glazen kooi.
Maar het lijkt zijn einde te worden. Totdat de wereld zich realiseert dat liefde moet overwinnen boven de hebzucht.
Maar de titel Kolumbus dan? Een reis naar een nieuwe wereld als de oude is vergaan? Het enige nadeel van dit soort spektakeltheater is de veelheid. Er is zoveel te zien en te bewonderen, dat je de acteerprestaties haast niet opmerkt. Maar verrukkelijk is het wel.
top |
Raapsteeltje en de wraak van Barbie (2003)
De Gelderlander 09-05-2003
Wreedaardig barbieplastic in Luxor
Door SUZANNE HOENDERDAAL
Deze productie kwam tot stand zonder financiële ondersteuning door
derden. Dit staat te lezen op het programma van de nieuwste voorsteling
van toneelgroep Dapper: Raapsteeltje en de wraak van Barbie. Dat is
misschien de reden waarom dit jaar, het jubileumjaar notabene, minder
groots uitgepakt kan worden dan vorige jaren. De vele spelers, de spectaculaire
verrassingen, je kwam toen ogen tekort om alles te overzien. Dat was
nu anders.
Een toneel, een stuk speelvloer, vier spelers en een paar fraai uitgedoste
Dapperlingen uit vorige voorstellingen, die als modellen op een catwalk
een rondje draaiden en in de coulissen verdwenen.
Desondanks bleef er genoeg fraais over. We zijn in een poppenfabriek
met arbeiders aan draadjes. Er wordt een Barbie gemaakt die, als ook
zij verbonden wordt aan een draadje, de baas van het spul danig om haar
plastic vingertjes weet te winden en die tenslotte de macht over lijkt
te nemen.
Het is des Dappers om er, hoe kleinschalig ook, een beeldend spektakel
van te maken. De arbeiders komen aangezweefd, de baas zakt op zijn troon
vanuit hemelse hoogten, het poppenmateriaal komt uit de luchtgevallen.
Er zijn weer prachtige requisieten - heb ik die voor een deel al niet
eens eerder gezien? - en de muziek speelt een belangrijke rol. Vooral
om de draak te steken met een aantal situaties. Omdat er niet gesproken
wordt, moet je het commentaar halen uit de fragmenten muziek die gedraaid
worden. En uiteraard uit het groteske spel van de spelers.
Het is ook des Dappers om met effecten als rook en licht te werken.
En met humor, niet te vergeten.
Was het andere jaren zo dat een halve kerk werd gebruikt als belangrijk
element in het geheel, was het vorig jaar nog zo dat de bijzondere Luxorzaal
van boven tot beneden werd benut, nu concentreerde Raapsteeltje etc.
zich met name op en voor het toneel en was de verdere ruimte van minder
belang.
Het is geen fijnzinnig, subtiel theater, meer een dolle boel. De opening
is vanouds mooi en geheimzinnig, maar zodra het geheim onthuld is, is
de magie verdwenen. Wel wil je weten wat er verder gebeurt. De wreedaardigheid
heeft kracht en bestrijdt de roze zoetheid van het barbieplastic. Prima.
top |
| |
Don Quichot (2002)
De Gelderlander 09-12-2002
Fascinerend beeldverhaal rond Don Quichot
van La Mancha
Door Suzanne Hoenderdaal
De meest bekende roman die het minst gelezen is, zijn de twee delen over
Don Quichot van La Mancha ( begin 17e eeuw ) van Miguel de Cervantes Saavedra.
Doordat Don Quichot in de loop der tijden door veel kunstenaars is gebruikt
als onderwerp, weet men over het algemeen wel dat het om een dunne, lange
man gaat op een schonkig paard die, geholpen door zijn boertige knecht
Sancho Panza, als ridder ten strijde trekt tegen imaginaire vijanden.
Dit alles in naam van zijn verzonnen geliefde Dulcinea del Tobosco.
Ook voor Gertjan Kleinmeijer van Toneelgroep Dapper was de ridder een
bron van inspiratie. Net als de vorige producties van Dapper is ook Don
Quichot weer een wonder van beelden en techniek. In de prachtige Jugendstilzaal
van Luxor is een fascinerend décor gebouwd op en voor het bestaande
lijstentoneel en zijn licht en geluid eigenlijk weer de belangrijkste
spelers van het spel.
De werkelijke spelers: vijf vrouwen en een man, hebben, net als in de
vorige productie, geen tekst. Wel kreten en gejammer. Muziek en een zeurderige
harmonica zijn geïntegreerd in het geheel. Don Quichot ligt in bed
en ‘droomt’ zijn avonturen, terwijl hij liefdevol wordt verzorgd
door zijn huishoudster, belaagd door een verleidelijke heks, gelokt door
een mooi meisje, ondersteund door de dikke Sancho Panza en op harmonica
begeleid door een ander meisje. Misschien zou hier en daar een beetje
tekst wel helpen om het verhaal wat te verduidelijken maar als dat er
niet meer toe doet, val je van de ene verrassing in de andere.
Het wemelt weer van de vondsten: de was die wordt opgehangen en terug
komt als belagers van de ridder. Het bed waarmee hij tot grote hoogte
stijgt. De loopbrug die naar het huis van de heks voert. Potten en pannen
die passen als een harnas. Een vijver en een onderwereld. Het mag dan
koud zijn in de zaal ( jas aanhouden en je krijgt een dekentje ), de warmte
van het groteske spel, maar vooral van de beelden, de beeldgrappen, het
geluid, de hele atmosfeer is weer zo betoverend dat je de echte buitenwereld
al lang niet meer voelt.
top |
| |
De Tondeldoos (2001)
Arnhemse Courant 10-09-2001
Een geloofwaardig sprookje
Door Mieke Hendrikse
Bombastische muziek. Een kooi stijgt de lucht in, het meisje dat erin
zit, huilt. Een heks komt op en schrikt als ze zichzelf in de spiegel
ziet. Inderdaad, met haar lange neus en plompe figuur is ze niet moeders
mooiste. Ze probeert tevergeefs in het bezit te komen van een tondeldoos,
die langzaam naar beneden zakt.
De soldaat, onze held van de voorstelling, wordt even later uitgenodigd
bij het moeder van het huilende meisje. Wat lijkt ze aardig en gastvrij.
Tot we zien hoe ze haar gevangen dochter te eten geeft. Sadistisch trekt
ze de beker met soep een aantal keren terug, voor ze hem daadwerkelijk
geeft. Ook heeft ze een martelkist met leuke attributen, die ze met liefde
toepast op de soldaat.
Geen woord wordt gesproken in de voorstelling. De zes personages maken
soms geluiden maar daar blijft het bij. Hoe het verhaal nu precies verloopt
wordt misschien daardoor niet helemaal duidelijk. Want waarom is die tondeldoos
zo belangrijk? In het begin is een aantal scènes niet helemaal
te zien, omdat ze zich vóór het toneel afspelen en dat is
jammer.
Wat wel duidelijk wordt zijn de intenties van de personages. De emoties
worden behoorlijk groot uitgespeeld, een sprookje leent zich daar uitermate
voor. Maar ze worden ook 'echt' gespeeld. De spelers maken elk moment
intens mee en laten zien wat dat met hen doet, zonder ook maar één
moment ongeloofwaardig te zijn. Dit zorgt ervoor dat je als kijker geboeid
blijft.
Een ander element dat de voorstelling een waar sprookje maakt is de vormgeving.
De muziek vertelt de spanning, romantiek en alles wat daar tussen ligt.
Ze lijkt met zorg te zijn uitgekozen. Het decor lijkt op een filmset.
Rookmachines, een kooi die omhoog en omlaag kan, jurken die naar beneden
komen vallen. Omdat er veel te zien is in het decor en omdat ze perfect
is uitgevoerd komt de sprookjesachtige sfeer helemaal tot zijn recht.
Sprookjes bestaan niet. Het zijn verzonnen verhaaltjes, mythen of verbasterde
legenden. Maar een sprookje creëert een tijdelijke andere wereld
die je, op dat moment, wel degelijk kunt geloven. Waar je in mee kunt
gaan, hoe vreemd of onwerkelijk ze ook is. Voorwaarde is echter dat er
een goede verteller is. Een verteller die de aandacht vasthoudt en de
fantasie prikkelt.
Dapper weet die fantasiewereld met 'de Tondeldoos' te creëren en
te laten leven.
De Gelderlander 08-09-2001
De Tondeldoos waar geen tondeldoos aan te pas komt
Door Suzanne Hoenderdaal
Verhuisd van de Pauluskerk naar de Paasbergkerk. Toch een fikse jas verschil,
al is het maar qua afmeting. Maar minder groot betekent niet automatisch
minder groots, want ook dit derde sprookje van Toneelgroep Dapper is weer
in een prachtig decor gezet.
Gertjan Kleinmeijer is niet alleen bewerker en regisseur van de groep,
maar vooral ook een fantastische vormgever. Zo inventief als de ruimte
in de Pauluskerk benut werd, zo prachtig was ook hier alles in elkaar
geschoven. Verhogingen, verlagingen, een kooi die omhoog en omlaag kan,
platvormen van de ene kant naar de andere, waardoor van de slaapkamer
naar de badkamer gegaan kan worden. Gelijkvloers een gelagkamer van een
herberg met een prachtig fornuis.
De Tondeldoos heet het spel dat door 'maar' zes spelers gespeeld wordt.
Een meer dan vrije bewerking van het sprookje van Andersen. Er komt geen
tondeldoos in voor, laat staan honden met steeds grotere ogen die schatten
bewaken.
Wel is er een kistje met twee sleutels, een heks-achtig type, een soldaat
met een oorlogstrauma en een witte maagd in een kooi. Die zal -volgens
sprookjesregels- bevrijd moeten worden.
In plaats van honden, draven telkens twee helpers op om de soldaat van
dienst te zijn. De maagd is in handen van de gierige herbergierster bij
wie de soldaat zijn intrek heeft genomen. Het hoe en waarom van de gevangenschap
is niet duidelijk.
Omdat er geen woord gesproken werd, moesten de spelers alles uit hun lijf
en hun mimiek halen. Dat betekent automatisch grote gebaren en grotesk
spel. Omdat je er in deze kerk iets dichter op zit, zou het wat kleiner
kunnen, maar storend was het niet. Ook zat het weer vol grappen. Visuele
grappen, hoewel de muzieksamples er af en toe ook wat van konden.
In de Pauluskerk werd je overweldigd door beelden die simultaan ontstonden.
Dat was dit keer minder. Niet dat er niet van alles tegelijk gebeurde,
maar de overweldiging leek minder omdat het totale speelvlak overzichtelijker
was.
Hoe dan ook, ook De Tondeldoos
moet zeker weer bekeken gaan worden.
top |
| |
Vrouw Holle (2000)
De Gelderlander 8-12-2000
Overweldigend sprookje
in Pauluskerk
Door Suzanne Hoenderdaal
In het oorspronkelijke sprookje van vrouw Holle(volgens
de gebroeders Grimm) gaat het om twee stiefzusjes: een goede en een kwaadaardige.
Wanneer het goede zusje per ongeluk in de waterput valt, komt ze in een
wonderlijke wereld terecht waar bomen en broodovens om haar hulp vragen
en ze tenslotte terechtkomt bij Vrouw Holle. Wanneer die haar dekens opschudt
sneeuwt het op aarde. Ook Vrouw Holle maakt gebruik van haar diensten,
zodat het meisje, wanneer ze terugkeert in haar eigen wereld, overladen
wordt met goudstukken.
Het slecht zusje wil dat ook wel, maar zij is het tegendeel van behulpzaam,
zodat ze, teruggekeerd in haar wereld, overladen wordt met pek.
In de eigenzinnige bewerking van Gertjan Kleinmeijer en Anouk Schouten
is ook sprake van een goede en kwaadaardige zus (maar het zou ook kunnen
gaan om een mevrouw en haar dienstbode). De goede vindt een schat en weet
dat deze, zoals in De ban van de ring van Tolkien, weer terug moet in
het vuur waar hij vandaan komt. Dat gaat niet zomaar. De 'onderwereld'
op de bodem van de put wordt bevolkt door vreemde wezens. Ze willen de
schat (het vuur? Het leven zelf?) terugbrengen, maar worden belaagd door
een spinachtig monster dat de schat voor zichzelf wil houden.
De kwade zus komt achter de queeste en daalt spectaculair af om de nodige
graantjes mee te pikken. Dat komt haar duur te staan. Maar alles komt
goed: het is bijna kerstmis en de twee zussen aanschouwen het wonder van
de sneeuw.
Net als Doornroosje, de productie die Dapper vorig jaar in de Pauluskerk
speelde, is Vrouw Holle weer adembenemend mooi. Het decor, de hele vormgeving,
de ingenieuze apparaten en de kostuums doen je de mond open vallen om
vooral niets te missen. De spelers zeggen geen woord, maar uitvergrote
gebaren en illustratieve muziek sleuren je mee.
Niet alles is duidelijk, zoals de opdracht van de kwade zus aan de goede
om voor sneeuw te zorgen. Maar dat maakt niet uit. Al je zintuigen en
poriën genieten van de beelden, de schitterende belichting, de zorgvuldige
details en de muziek. Dat het koud is in de kerk vergeet je door de warmte
van de voorstelling. Die mag u niet missen!
Arnhemse Courant 8-12-2000
Vrouw Holle' fascinerend
Door Peter Aansorgh
Het sprookje 'Vrouw Holle' van de gebroeders Grimm kent vele uiteenlopende
versies. Natuurlijk gaat het vaak over goed en kwaad; geliefde onderwerpen
voor fantasieverhalen. Steevast monden ze uit in de overwinning van het
goede op het slecht. Vrouw Holle gaat over twee zussen. De een: autoritair,
gevoelloos, hardvochtig en wreed. De ander: lief, bekoorlijk, voegzaam
en zelfs een beetje sneu. Toneelgroep Dapper uit Arnhem maakt van het
verhaal een eigen, zeer fraaie en visueel bijzonder betoverende versie.
Een uitvoering waarbij de een na de andere excentriek verrassing (soms
letterlijk) boven je hoofd hangt.
In een ijskoude, maar artistiek zeer smaakvol ingerichte Pauluskerk toonden
Winnie Jolink, Gertjan Kleinmeijer, Anouk Schouten en Gerben van der Woude
minstens zoveel in hun mars te hebben als de bedenkers van alle Eftelingfabeltjes
bij elkaar.
En het zijn niet alleen de bijzonder originele - en soms technisch overrompelend
vernuftig uitgedachte - vondsten(de spin, het web, de waterput, de 'zweeftroon')
die de bezoeker in oh's en ah's doet uitbarsten; het is ook het complete,
wonderschone toneelbeeld dat je als kijker een vol uur finaal in de ban
houdt.
De zussen, de bosgeesten, de saters, de toverkollen (waarvan sommigen
zo uit de film 'Mad Max' lijken te zijn gestapt) wekken met hun sublieme
gebarenspel grote bewondering op. Opmerkelijk aan Vrouw Holle van Toneelgroep
Dapper is het ontbreken van tekst. Er wordt niet een woord in het verhaal
gesproken. Maar tegelijk besef je als kijker hoe overbodig woorden zijn
in deze emotievolle interpretatie van het sprookje.
Vrouw Holle is een fascinerende voorstelling waarover je eigenlijk maar
regel hoeft te zeggen. Gaat
dat zien! Want in de Pauluskerk is echt een boel te beleven.
top |
| |
Doornroosje (2000)
De Gelderlander 22-05-2000
Romantisch sprookje met speelse knipoog
Door Suzanne Hoenderdaal
De tronen van de koning en de koningin staan boven aan een hoge trap
met een rode loper. De koning mag zo nu en dan graag de leuning gebruiken
om sneller beneden te zijn.
De koning en de koningin willen graag een kindje, maar ze weten niet hoe
je zoiets maakt. De koning heeft een vermoeden, maar de koningin wil daar
niets van weten. Toch komt ze ook niet veel verder een opgepompte buik.
Tenslotte komen ze er achter een vluggertje achter de troon levert Doorroosje
op. Drie goede feeën en een kwade, enfin u weet wel. De honderdjarige
slaap duurt in het spel van Dapper een paar minuten en de prins ondergaat
nog even een metamorfose. Toneelgroep Dapper pleegt prachtige spelen te
maken, maar ze zijn niet altijd even toegankelijk. Dat is Doornroosje
wel. Het is voornamelijk een bewegingsspel, er is een verteller die zegt:
'luister goed naar wat er niet gezegd wordt'. Soms komt hij even terug
om overgangen aan elkaar te praten, maar het verhaal ontwikkelt zich -mits
men het sprookje in de versie van Grimm kent! - duidelijk genoeg, ook
zonder tekst. Adembenemend is de aankleding. Het decor en de kostuums.
Precies zoals je je die voorstelt in een sprookje. Fluweel en strikken,
draperieën, pruiken, gewaden en schitterende hoofddeksels (van lampenkappen)
voor twee van de feeën. De derde fee mag er ook wezen en de opkomst
van de boze fee is fantastisch in haar schitterende kar. Dan is er ook
nog een klok die de tijd weg tikt. Soms vlug, soms langzaam. Een prachtig,
haast dreigend instrument.
Elk volkssprookje heeft een diepere achtergrond. Seksualiteit speelt vaak
een belangrijke rol. Die wordt verhuld door symbolen. Zo ook hier. De
koningin die wordt 'voorgelicht' door een kikker, de witte maagdelijkheid
van Doornroosje die haar onschuld kwijt zal raken aan iets dat prikt...
Dapper koos ervoor dat door de tijd zelf te laten doen door middel van
de klok.
Het hele stuk, superromantisch verbeeld, is er een met een knipoog. Het
wemelt van de gekke vormgrapjes en de speelse vondsten. Jammer van de
moralistische uitsmijter door de verteller. Dat verhaal over liefde had
echt niet gehoeven. De voormalige Pauluskerk (die gesloopt zal worden)
is een geweldige entourage voor het spel. Ruim, hoog en intiem belicht.
De muziek ondersteunt het spel nog eens extra. Dappers' Doornroosje is
een uitgesproken aanrader die u niet mag missen. U zult een heerlijke
vijf kwartier beleven.
Arnhemse Courant 23-5-2000
Dappers 'Doornroosje' van sprookjesachtige schoonheid
Door Peter Aansorgh
Wie 'Doornroosje' gaat bekijken, moet zeker op een paar details letten.
Meteen alles te verklappen zou zonde zijn. Maar toch: let goed op de olijke
kikker die zich - waarschijnlijk vanwege zijn onhandige kikkerpak- voortbeweegt
als een zeehond. En kijk genuanceerd naar de baby in de kinderwagen; en
naar de prachtige heks (naar haar nagels, haar kleren, haar uitstraling)
Het is de heks uit alle sprookjes.
Toneelgroep Dapper heeft met Doornroosje 'een wonderlijke reis door doolhoven
van eeuwig verlangen' een mirakel tevoorschijn getoverd. De voorstelling
(schitterende kostuums, betoverende muziek, vette humor, prachtig decor)
is er een van een letterlijk sprookjesachtige schoonheid. "Sommige
bezoekers zijn zelfs al meerdere malen geweest", weet Riek van der
Vlag (vrijwilligers coördinator van Toneelgroep Dapper).
Aardig om te vermelden is ook dat de meeste spelers uit 'Doornroosje'
tijdens de periode waarin de voorstellingen worden gehouden in de Pauluskerk
logeren.
Van der Vlag: "Ze slapen hier in de kerk. Dat is handig want de uitvoeringen
vergen veel aandacht, dus het is uiterst praktisch dat de acteurs het
kunnen opbrengen om hier te blijven. Op het moment wordt hier dagelijks
voor vijfentwintig mensen gekookt."
Het publiek dat de Pauluskerk (een schitterend theater, dat niet gesloopt
mag worden!) binnenkomt, wordt meteen gevangen door een fascinerend decor.
Voor zich ziet de bezoeker een lange chique trap - van het soort dat naar
de hemel loopt - en boven aan die trap staan twee zetels. Echte sprookjestronen
die tezamen een prachtig toneelbeeld vormen.
Aardig is dat Dappers versie van 'Doornroosje', qua humor, voor een deel
is aangepast aan de tijd. Zo zien we bijvoorbeeld de buik van de - naar
zwangerschap smachtende - koningin opgeblazen worden door een 'fietspompende'
hofknecht. Maar als het prinsesje eenmaal is geboren, blijkt het later
toch weer een typisch sprookjesfiguurtje: ravenzwart haar, een roomblank
huidje en een engelachtig lijfje, dat speelt met een gouden bal.
'Doornroosje' is op vele fronten een heel bijzondere voorstelling. Een
gebeurtenis van kaliber, waarmee een televisieprogramma als het Jeugdjournaal
beslist een goede beurt zou maken. Een pluim voor de puntgave
regie.
top |
| |
Bunkergas (1999)
De Gelderlander 10-05-1999
Mensen als ratten in een fascinerend decor
Door Suzanne Hoenderdaal
Drie vrouwen worden gevangen gehouden door een gefrustreerde bochelaar.
Hij wil hen zuiveren van het kwaad dat ze op hun geweten hebben. In een
bunker vol apparaten en martelwerktuigen tracht hij hun persoonlijkheid
te breken door vernederingen en discipline. Hij houdt hen voor dat ze
schuldig zijn aan morele verval van de hele wereld. Het prachtige (nogal
lange) openingsbeeld van Bunkergas is een rijtje menselijke marionetten
aan touwen. Een beklemmende sfeer in een - zoals gewoonlijk - fascinerend
decor. Gertjan Kleinmeijer is dol op geluidseffecten en machines die in
werking worden gezet. Het is ook fantastisch! Wat een inventieve creativiteit
heeft die man!
Dit keer heeft hij een toegankelijke voorstelling gemaakt. Waren de vorige
producties vaak prachtig om te zien maar geen touw aan vast te knopen,
Bunkergas heeft, hoe surrealistisch ook, zoiets als een verhaal. De drie
vrouwen, de man en het verzet. Als de man uitvalt blijken de vrouwen elkaar
naar het leven te staan. Ze zitten als ratten in de val en vallen elkaar
als ratten aan. Als zij tenslotte de vrijheid wordt geboden blijven ze
waar ze zijn. Hoewel... misschien ook niet, want het einde is open.
Het gaat om angst, woede, haat en lafheid met hier en daar een glimpje
solidariteit en fleur door middel van een geplukt bloemetje. Het gaat
over de duistere kanten van de menselijke geest. Of wellicht van de hele
maatschappij. Want de spelers zijn metaforen, geen karakters. Wel komt
op een gegeven moment aan het licht wat ze hebben misdreven, maar dat
is pas tegen het eind en nauwelijks belangrijk meer. Desondanks krijgen
ze dan pas ieder een 'gezicht' en kun je je identificeren.
Toch wekt ook dit stuk de indruk dat Kleinmeijer meer energie gestoken
heeft in de vormgeving dan in het stuk zelf. Dat bestaat, wat taal betreft,
al te vaak uit erbarmelijke clichés en, wat regie betreft, uit
traagheid en zo hier en daar uit stuntelig spel. Zonder de prachtige poespas
van machinerieën en regelrechte verrassingen zou er niet veel van
overblijven. Gesuggereerd wordt dat het een aanklacht is en actualiteit
van alle tijden. Kan best. Maar spel alleen zouden het onverdraaglijk
zwaar maken, omdat er weinig humor in zit. Die komt van het decor.
Dankzij de toegankelijkheid haak je niet af. Je wilt ondanks alles weten
hoe het verder gaat. Je wil weten of de vrouwen onschuldige slachtoffers
zijn en de man een sadist, of dat er nuances zijn. Die zijn er, want onnozel
is het stuk beslist niet.
Arnhemse Courant 10-5-1999
Warrig theaterspektakel van toneelgroep Dapper
(naam recensent(e) niet vermeld)
Toneelgroep Dapper heeft lef. Ze schrijft en produceert sinds 1993 haar
eigen voorstellingen en stopt daar bij voorkeur een hoop spektakel in.
Met name met dat spektakel-element heeft de groep zich een grote aanhang
verworven. En het moet gezegd: ook in de zevende voorstelling 'Bunkergas'
pakt Dapper stevig uit.
Terwijl dreigende muziek aanzwelt, wordt op het toneel een soort extreme
martelkamer zichtbaar. Later blijkt dat het verhaal zich in een bunker
afspeelt. De bunker fungeert dan niet als gevaar van buitenaf, maar dient
als een benauwde locatie die het gevaar als het ware omhelst. Hier schuilt
een onbegrepen wetenschapper die drie gewelddadige vrouwen weer in het
juiste zadel probeert te krijgen.
Van begin af aan is het duidelijk dat de meningen over goed en kwaad ver
uiteen lopen. Als blijkt dat de vrouwen zich niet willen onderwerpen aan
de sadistische therapieën van de miskende wetenschapper, pleegt de
laatste zelfmoord. 'Raadpleeg je gezond verstand' zegt de man, vlak voordat
hij de gaskraan opendraait en voor de weg van de minste weerstand kiest.
Het uitgangspunt van deze voorstelling mag er wezen. Gertjan Kleinmeijer
noemt het 'een aanklacht tegen de extreem morele chaos'. Hij koos voor
een anarchistische uitwerking van zijn idee. Het resultaat is een warrig
verhaal met een aaneenschakeling van lege frasen en een hoop moralistisch
gedoe. Het is vlees noch vis en dat blijft anderhalf uur lang overduidelijk
de uitstraling van het stuk.
Opvallend in deze geitewollensokken-chaos is het fysieke spel van de drie
vrouwen. Wat ze verbaal niet voor elkaar krijgen, lukt ze met hun spel
wel: boeien. Maar het is niet voldoende, want de timing is veel te vaak
verkeerd. En als die timing wel goed is, knijp je van plaatsvervangende
schaamte je tenen samen om de teksten die er dan over toneel vliegen.
Er wordt veel gedaan om de gewenste beklemmende sfeer gestalte te geven.
Licht, muziek en al die rare apparaten op de planken- het zit allemaal
prachtig in elkaar. Maar de vier spelers slagen er niet in die beklemming
voelbaar te maken. Ook dat is weer terug te leiden naar de tekst. Zonde
van al die moeite, want eigenlijk
wil Dapper een verhaal vertellen met veel zeggingskracht.
top |
| |
Julisneeuw (1998)
De Gelderlander 4-04-1998
Julisneeuw op de rand van de afgrond
Door Suzanne Hoenderdaal
Julisneeuw is gebouwd op de rand van de afgrond. Daar heb je weliswaar
het mooiste uitzicht, maar een verkeerde stap en de hele zaak stort naar
beneden. Dat gebeurde dan ook.
Op een (waarschijnlijk) onbedoeld moment barstte de zaal in lachen uit.
Het had een dramatisch hoogtepunt moeten zijn, maar het werd een dramatische
afgang.
Vanaf dat moment was de stemming er een van opperste vrolijkheid onder
het publiek en verwerd het stuk tot parodie. Niets werd meer serieus genomen
en dat verdiende het nou ook weer niet.
Toch stond het al enige tijd te wankelen. Het had ook de kant van de irritatie
op kunnen vallen. Irritatie om de clichéteksten en de larmoyante
melodramatiek waarmee het gespeeld werd. De zin over stappen oost-, zuid-,
west- en noordwaarts is overigens prachtig.
Toch is Julisneeuw van alle Dapper-producties het meest toegankelijk.
Het lijkt of het daarmee door de mand gevallen is. Zoals altijd was de
vormgeving weer fantastisch, maar de vorige stukken waren vaak zo duister
dat je er als toeschouwer nauwelijks een touw aan vast kon knopen. Dit
keer heeft Gertjan Kleinmeijer het bewust begrijpelijk willen maken.
Hij zet een nomadengezin neer, bestaande uit moeder en drie dochters.
Er was ook een vader, maar die is dood. Door uitgesproken slechte articulatie
van een van de dochters, vervalt een tekst die over die vader gaat. Hij
was niet bepaald geliefd, zoveel valt er uit de context te halen.
De moeder (je moet twee keer luisteren: het ik het goed gehoord? Is dat
jonge meisje de oude moeder, is die wat oudere speelster de dochter?)
- de moeder dus is ziek.
Doodziek. De speelster weet zich meesterlijk slap te houden terwijl er
ontzettend met haar wordt rondgesold. Prachtig is dan ook de oplossing
om haar overeind te houden met behulp van een gevorkte tak.
En dan? Het moet gaan over de zeven hartstochten: liefde, vreugde verlangen,
droefenis, woede, haat en angst. Die worden genoemd in een litanie. Boosheid
en tedere liefde komen aan de orde, maar niet genoeg om het stuk de beklemming
te geven die het -denkt ik- had moeten hebben. Er is veel verstilling,
veel gedoe met het moederlijf en uiteindelijk een surrealistische climax.
Het kan best zijn dat er bij volgende voorstellingen minder lachers in
de zaal zitten. In dat geval zou de pathetiek wel eens de overhand kunnen
krijgen. Ik weet niet wat erger is. Spijtig is het wel, want Dapper
maakt zulke mooie voorstellingen. Nu de inhoud nog. Toegankelijk en met
body graag.
top |
| |
Bloedsmokkel (1997)
De Gelderlander 2-6-1997
Absurdistisch horror in zwart koningsdrama
Door Suzanne Hoenderdaal
Allemachtig, wat mooi, dat openingsbeeld. Die groen lichtende ogen, die
rode regen. Wat fascinerend, die lopende banden met brood en bloed. Wat
een vernuftige eenvoud, dat decor (hoewel ik dat vaker zag). Wat een enorme
hoeveelheid vondsten, vooral visueel. Maar waar ging het over?
De maker van Bloedsmokkel moet wel een bijzonder cynische kijk op de wereld
hebben. Hij bedacht een absurdistische horror, een pikzwart koningsdrama,
waarin de wrange humor regelmatig opgloeide. Hij bedacht ook een tekst
die literair-poëtisch moest wezen, maar die zichzelf verstikte in
de stijlbloemen. Even dacht ik dat het parodistisch bedoeld was, maar
nee, met name de monologen werden zo bloedserieus gebracht, dat daarin
de wel degelijk gemeende boodschap verpakt moest zitten. Dat die somber
was, was duidelijk. Wat er precies gezegd werd niet. Te bloemrijk, te
wollig. Dat gold niet voor de dialogen. Die hielpen een verhaal op gang
over de generaal, de koning, de koningin en 'Roosje'. De koning die corrumpeert
door koning te zijn. De koningin die gestraft wordt voor haar zonden.
De generaal die de werkelijke macht bezit en Roosje die opportunistisch
meewaait met waar de wind vandaan komt.
Het loopt met niemand goed af. Bloedige scènes worden niet geschuwd.
Maar daar kun je om lachen, hoe grimmig ook.
Aan het koningsdrama gaat een fabrieksscène (?) vooraf. En daarvoor
is die opening met de groene ogen. Er is nog een introductie met een rups
die zich ontpopt en de eindzin van de generaal tot de koning is: "Jij
bent die rups". Vraagtekens alom. Evenals bij het allerlaatste slotbeeld
dat ook weer fascinerend is, maar als mosterd na de maaltijd komt.
Met andere woorden: Gertjan Kleinmeijer lijkt me een bevlogen theatermaker
met bizarre ideeën die hij in suggestieve beelden om weet te zetten.
Hij maakt het zichzelf en de spelers niet gemakkelijk, hoewel ik ervan
uitga dat zowel hij als de spelers weten wie wat waar waarom. Zij spelen
immers met een gedreven zekerheid die nergens zwabbert of zweeft.
Bloedsmokkel zou een waarschuwing inhouden, aldus het interview met Kleinmeijer
dat donderdag in deze krant verscheen. Het zou gaan om de rotzooi in de
wereld waar iedereen naar kijkt en niemand iets aan doet.
Die boodschap kwam er niet uit. Hoe mooi en prachtig en fascinerend en
onderhoudend ook, er werd meer beroep gedaan op de compassie van de toeschouwer
dan op zijn eigen verantwoordelijkheid. Ga wel
kijken!
top |
| |
Worteldons
(1996)
De Gelderlander 8-3-1996
Een verboden kasteelroman in prachtige vorm
Door Suzanne Hoenderdaal
Vorig jaar speelde Toneelgroep Dapper het indrukwekkende Knuffelstaal.
Ook een stuk van Kleinmeijer. Mocht het 'verhaal' dan niet helemaal duidelijk
zijn, de vorm, de verrassingen, de sfeer waren overweldigend.
Daarom ging ik vol verwachting naar Worteldons. Ook weer prachtig van
aankleding, zowel het decor als de kostuums. Ook weer met schitterende
vondsten en details, maar traag en theatraal wat spel betreft.
Worteldons gaat over het verlangen van een prins naar seks. De liefde
komt later. De ondertitel luidt ironisch: een verboden kasteelroman.
Er trekken archetypische dames voorbij: kuisheid, maagdelijkheid en hoer
(de moeder ontbrak). De hoer is voor de lusten, de maagdelijkheid (die
ontmaagd mag worden) voor de liefde. Beide houden geen stand.
Er wordt heel wat afgeweend, gezucht en gemelodramatiseerd. De teksten
zijn ook niet van stijlbloemen ontbloot, maar missen de ironie van de
subtitel. Juist door de stroperige traagheid krijgt de romantiek zoveel
aandacht dat er weinig te (glim)lachen valt. Het lijkt alsof het allemaal
serieus bedoeld is.
Het is natuurlijk ook serieus bedoeld. De achterliggende gedachten, de
boodschap, voor mijn part. Maar moet het meisje in de witte jurk op de
rozenschommel, symbool of niet, als een poëzieplaatje in de kitsch
blijven steken? Moet de prins zelf al even kitschig larmoyant blijven?
Moet het monster met de twee hoofden heel veel hoge woorden uit een van
de twee monden laten vloeien die absoluut onverstaanbaar zijn door gebrek
aan articulatie?
Het ziet er naar uit dat er aan Worteldons nog te zwaar wordt getild,
dat er bijzonder is gelet op mooi en sfeervol, de plaatjes dus, maar dat
de relativerende lucht in het spel zelf (de humor) nog niet genoeg aan
bod is gekomen. Wat altijd nog kan.
Behalve kitsch zijn er ook weer de fantastische vondsten. De betekenis
mag dan niet altijd even duidelijk zijn, je kijkt er wel je ogen aan uit.
Zoals -over ogen gesproken - de kijkers die los van de lichamen functioneren.
Of de wel heel bijzonder duidelijke broek die voor de prins uit de lucht
komt vallen. Zoals er wel meer uit de lucht valt. Meubilair, bijvoorbeeld,
maar ook het dons dat, in de visie van Kleinmeijer, een metafoor is voor
iets nieuws.
Worteldons is een droomverhaal, gedroomd door de prins. Behalve de vrouwen
en hun ouders, schuiven ook monsters en demonen voorbij. De fantasie zoekt
niet alleen de liefelijkheid, maar stuit ook
op het duister.
top |
| |
Knuffelstaal (1995)
De Gelderlander 27-3-1995
Beklemmend absurdisme van Arnhemse amateurgroep
Door Suzanne Hoenderdaal
Ongelooflijk wat een amateur-groep voor elkaar kan krijgen qua idee,
tekst, spel en beeld! De beklemming, de spanning, de adembenemende vormgeving!
Een gigantische pluim op de hoed van Gertjan Kleinmeijer is hier wel op
zijn plaats.
Ook al is niet meteen duidelijk waar het zich allemaal afspeelt- het blijkt
een fictieve wachtkamer te zijn -, het absurdisme blijkt van zo'n veelomvattend
karakter te zijn, dat het er niet echt meer toe doet. Associaties met
een concentratiekamp liggen als eerste voor de hand: de militair met zijn
schrikbewind, de drie vrouwenfiguren, kaal als lege etalagepoppen, het
monddood gemaakte meisje in een slangachtige dwangbuis. Twee torens van
koffers, werk dat bestaat uit het onthoofden van poppen (of mensen). En
de liefde, natuurlijk de liefde. Lust als omkoopmiddel, liefde van een
indringer voor het stomme meisje. Doordat ze geen mond heeft - en dus
geen woorden - is ze de verpersoonlijking van de onschuld.
Uiteraard gaat het ook over macht. De macht van het officiële gezag
of domweg de macht van de sterkste, via de macht van het getal tot de
macht van de liefde. Het blijkt allemaal niets uit te maken. Intussen
razen er treinen voorbij. Ze zouden van A naar B gaan en niet verder,
omdat C te onzeker is, maar niemand stapt in. Wel stort de wereld in elkaar
met donderend geraas. Lege koffers liggen her en der verspreid, poppenlijkjes
vormen een slordige chaos.
De drie kale vrouwen hebben alle drie een pruik om zich van elkaar te
onderscheiden. Ze blijken ook alle drie een eigen karakter te hebben:
berekenend, opstandig en bang.
Scène na scène doen zich nieuwe verrassingen voor. Het mooie
meisje zonder mond kruipt uit haar dwangbuis en laat zich uiteindelijk
kronen tot koningin van een nieuwe orde. Dat moet rust geven, zou je denken.
Maar de man die haar zijn liefde gaf, gaf haar ook zijn stem: het bevel
tot het opzeggen van de regels, precies als de verdreven machthebber placht
te doen.
Een statement: 'De schoonheid van haar onschuld is het onbedoelde gif.'
Met andere woorden: het ziet er allemaal nogal hopeloos uit. Maar dan
wel in zo'n indrukwekkende vorm en met zoveel zorg voor detail uitgevoerd,
dat het jammer is dat 'Knuffelstaal' niet meer te zien is.
Het zou - zoals de Arnhemse theatermakers zelf ook opmerkten - niet misstaan
temidden van alle oorlogsherdenkingen
die ons te wachten staan.
top |
| |
Lippenkloof (1994)
De Gelderlander 12-3-1994
'Lippenkloof' is een beklemmend melodrama
Door Suzanne Hoenderdaal
Links het leven, rechts de dood. Een liefdesgeschiedenis met een diepe
kloof. De man Beer is in de klauwen van een witte Engel gevallen, de vrouw
Suzan in die van Kuif. Maar hun aardse geschiedenis was nog niet voorbij.
Nu alles te laat is, realiseren ze zich dat pas.
Het is een prachtig gegeven, waaraan iedere speler zijn of haar bijdrage
geleverd heeft. Gertjan Kleinmeijer ging er vervolgens mee aan het werk
en schreef de teksten. Dichterlijke, verliteratuurde teksten die af en
toe absoluut niet 'bekten' en waarbij je tenen soms krom trokken van de
stijlbloempjes.
Toch was er beklemming genoeg. Zeker in de beelden. De Engel die windsels
oprolt, die kennelijk nodig zijn voor een volgend slachtoffer. De man
die geketend zit in een houten stoel. Het schitterende beest - het zou
een worm moeten zijn, maar ik dacht meer aan een naaktslak - dat op komt
schuifelen en zich stil en geduldig naast de stoel opstelt. Beklemmend.
Evenals de spijt en het verlangen, de schuld en bovenal het onherroepelijke,
de schuld en bovenal het onherroepelijke 'te laat'.
Dat is de kant van de dood. Aan de kant van het leven is Suzan achtergebleven,
overgeleverd aan een geliefde. Is het een man (travestierol) of een vrouw?
Het blijkt een vrouw te zijn. Speelt de lesbische liefde een rol? Geen
enkele. Kuif had dus net zo goed een man kunnen zijn. Maakt niet uit,
waar het om gaat is de driehoek waar Beer nogal rigoureus uitgestapt is.
Hij laat een Suzan achter die wel erg larmoyant en huilerig treurt.
Een vertegenwoordiger van de firma doet nog pogingen om haar bij Beer
te krijgen, maar ze kiest toch voor het leven.
Om de beklemming nog eens extra aan te zetten, heeft de regisseur veel
lange stiltes ingebouwd en veel trage bewegingen uit laten voeren. Dat
gaf het geheel een waarschijnlijk ongewilde pretentie mee die, samen met
de tekst, tot regelrecht melodrama leidde. Vooral aan het eind.
Overigens verdient de Arnhemse toneelgroep Dapper beslist lof om zich
te wagen aan zo'n ongewoon stuk. Niet geschoten is immers altijd mis.
top
|
 |
|